Verplicht uw kenteken invoeren bij de parkeerautomaat?

Is de verplichte invoer van uw kenteken bij de parkeerautomaat op losse schroeven komen te staan door een aantal uitspraken van de rechter? Jarenlang hebben gemeentes voet bij stuk gehouden dat het verplicht is om uw kenteken in te voeren op de parkeerautomaat. Blijkt nu dat u al die jaren voor niets uw kenteken heeft ingegeven met de lastige toetsen op de parkeerautomaat?

In een recente uitspraak van het hof is bepaald dat men niet verplicht gesteld kan worden om het kenteken in te geven van de geparkeerde auto. Verweerder had abusievelijk haar kenteken niet ingevoerd zoals voorgeschreven door de gemeente Amsterdam. Daarom werd er een boete uitgeschreven door de parkeercontroleur.

De rechter

Voor de eerste rechter (van de rechtbank) was het meteen al duidelijk. De parkeerheffing was voldaan door mevrouw. Er hoefde niet nogmaals parkeergeld betaald te worden. De gemeente Amsterdam was volhardend en besloot het voor te leggen aan het gerechtshof.

Ook de tweede rechter (het gerechtshof) was het niet eens met de heffingsambtenaar; hij ving ook hier bot. De gemeente Amsterdam besloot het geschil voor te leggen aan een derde rechter.

Voor de derde rechter (Hoge Raad) was het eveneens duidelijk: “Aangezien vaststaat dat belanghebbende de voor het parkeren van de Honda verschuldigde belasting heeft betaald, brengt de toepassing van artikel 20 AWR mee dat naheffing niet mogelijk is.”

De heffingsambtenaar deed nog wel een poging om de rechter te overtuigen dat mevrouw toch echt het kenteken van de geparkeerde auto moest ingeven. Die ‘logica’ volgde de rechter niet.

“Zoals volgt uit hetgeen hiervoor in onderdeel 2.3.2. is overwogen, doet daaraan niet af dat belanghebbende niet op de voorgeschreven wijze aangifte heeft gedaan doordat zij een ander kenteken heeft vermeld dan het kenteken van het geparkeerde voertuig. De middelen, die van een andere rechtsopvatting uitgaan, falen derhalve”.

De derde rechter heeft op korte en begrijpelijke wijze duidelijk gemaakt dat de parkeerheffing dus echt is voldaan. Hopelijk is dit nu ook doorgedrongen bij de gemeentes. Het is dan overbodig om de volgende keer eenzelfde discussie te voeren bij drie rechters.

Wat betekent de uitspraak van het hof voor het parkeerbeleid?

Dit betekent dat de gemeentes nu toch echt moeten onderzoeken of iemand onterecht een boete krijgt. Dit kan het bestuursorganen meer tijd en geld kosten om bezwaren te beoordelen. Een te grote stap is de gedachte dat het parkeerbeleid aangaande kentekenparkeren volledig herzien moet worden. Een aanvaardbare oplossing is alleen het verplichte karakter herzien. Men ervaart immers ook gemakken aan het kentekenparkeren door apps zoals Yellowbrick en Parkmobile.

Wat doet de gemeente zelf met de recente uitspraak van de Hoge Raad?

Vooralsnog lijkt de gemeente helemaal niets te ondernemen getuige de informatie op de website.  Op de website van de gemeente Amsterdam is nog steeds te lezen dat u verplicht bent om uw kenteken in te voeren[1]. Tevens staat er dat u opnieuw dient te betalen als u het verkeerde kenteken hebt ingevoerd. Daarna kunt u voor het ‘verkeerde’ kaartje uw geld retour vragen. Voor de mensen die niet weten hoe ze hun kenteken in moeten voeren hebben ze een handleiding op de website[2] gezet.

Wat betekent de uitspraak van het hof voor de mensen die niet hun kenteken in willen voeren?

Het kan betekenen dat personen die hun privacy willen waarborgen hun kenteken niet in hoeven te voeren op de parkeerautomaat. Hier was al een eerdere uitspraak over gedaan op 30 januari 2015. De parkeerder mag tegenbewijs aanleveren dat de parkeerheffing wel is voldaan.

Daarnaast betekent het dat bezwaar maken slagingskans heeft indien u een parkeerbewijs kunt overleggen. Dit parkeerbewijs hoeft dus niet uw kenteken te bevatten. Als we naar de letterlijke tekst kijken in het wetboek, dan zien wij staan dat een derde ook kan aangeven dat hij voor u de parkeerheffing heeft voldaan. De rechter heeft in het verleden geoordeeld dat er betaald dient te zijn voor de parkeerplek; niet door wie of op welke wijze. Als de betaling maar tijdig heeft plaatsgevonden. Dit mag ook door een tijdige bankoverschrijving plaatsvinden.

Wij hebben gemerkt dat een bestuursorgaan of een gemandateerde, belast met het bezwaar en beroep tegen opgelegde boetes, verwijst naar standaardteksten.  Automobilisten begrijpen de standaardteksten met verwijzingen naar wetten in formele zin, verordeningen en AMvB ’s meestal niet. Het lijkt of er opzettelijk onbegrijpelijke teksten worden gestuurd aan burgers die (terecht) een bezwaarschrift indienen.

Hoe kunnen wij u hiermee helpen?

Het is belangrijk dat er in het eerste bezwaar direct de relevante feiten worden vermeld. Nog belangrijker is dat u de juiste wettelijke regels aandraagt. Wij kunnen het bezwaarschrift voor u opstellen en daardoor de bezwaarprocedure uit handen nemen. Na de bezwaarprocedure kunnen wij een beroepsprocedure voeren bij de bestuursrechter. U krijgt deze kosten van het bestuursorgaan vergoed als het bezwaar gegrond wordt verklaard.

[1] https://www.amsterdam.nl/parkeren-verkeer/parkeren-amsterdam

[2] http://kanadocumenten.amsterdam.nl/SRVS/Data/Amsterdam/KnowledgeBases/Kennisbank/document/Extern/Cition/Handleiding-parkeerautomaat.pdf

Persoonsgebonden budgetten

Personen die (aanvullende) ondersteuning in het leven nodig hebben kunnen een beroep doen op de gemeente of de zorgverzekeraar. De ondersteuning kan gebaseerd zijn op maatschappelijke onderwerpen zoals de zelfredzaamheid van personen, maar ook op het (meer) medische gebied. De gemeente of zorgverzekeraar kan aan deze personen een budget toekennen. Daarmee wordt het budget gerelateerd aan de persoon die het betreft; het persoonsgebonden budget (PGB).

Budgetsoorten

Er zijn een aantal verschillende soorten persoonsgebonden budgetten. De verschillen worden veroorzaakt door de uitvoering of door de wet waaronder het budget wordt toegekend. Er kan een Persoonsgebonden budget worden toegekend onder de Wet langdurige zorg(Wlz), de Jeugdwet, de Wet maatschappelijke ondersteuning of onder de Zorgverzekeringswet.

Afhankelijk van het soort budget kan deze ook afkomstig zijn van een zorgkantoor, een zorgverzekeraar of vanuit de gemeente. De verstrekking van een PGB onder de Wet langdurige zorg valt onder de verantwoordelijkheid van een zorgkantoor. De Jeugdwet en de Wmo vallen onder de gemeente en de zorgverzekering valt onder de verantwoordelijkheid van uw eigen zorgverzekeraar.

Wie er recht heeft op zorg (en dus een budget) wordt door het Centrum indicatiestelling zorg (CIZ), de gemeente, het zorgkantoor of de zorgverzekeraar vastgesteld. Zij geven een indicatie af waarop de noodzakelijke zorg of ondersteuning wordt gebaseerd. Hieruit blijkt ook hoeveel zorg of ondersteuning u nodig heeft.

Toekenningsbeschikking

In de toekenningsbeschikking (TKB) staat aangegeven hoeveel uren ondersteuning of zorg aan u is toegekend. In deze toekenningsbeschikking staat tevens de hoogte van het budget vermeld. Het vaststellen van de hoogte van budget is gerelateerd aan het aantal uren zorg dat u nodig heeft. Afhankelijk van de door u in te huren zorgverlener en het soort zorg dat u nodig heeft wordt bepaald wat het maximale uurtarief is dat aan zorg mag worden besteed. Het is belangrijk voor u om te weten wat het maximale vastgestelde tarief is voor u. Op basis hiervan kunt u afspraken maken met uw zorgverlener(s).

Zorgovereenkomst

U kunt daarna de zorgovereenkomst (die u samen met uw zorgverlener) heeft ingevuld naar de Sociale Verzekeringsbank (SVB) opsturen. De Sociale verzekeringsbank zal inhoudelijk de zorgovereenkomst toetsen aan de wetgeving. Er wordt onder andere onderzocht of er sprake is van een familierelatie tussen u en de zorgverlener, of de juiste wetgeving waaruit de zorg wordt geleverd toepasselijk is maar ook of er wel een budget aan u is toegekend. Daarnaast wordt er onderzocht of de juiste zorgovereenkomst is aangeleverd en of de bepalingen niet strijdig zijn met de wetgeving, interne richtlijnen en beleidsregels.

 U kunt een aantal verschillende zorgovereenkomsten afspreken. Dit is afhankelijk van het feit of de zorg door een zorginstelling, een familielid of door een zelfstandige ondernemer wordt geleverd. U kunt er ook voor kiezen om een zorgverlener op basis van een arbeidsovereenkomst in dienst te nemen.

 Wat kunnen wij voor u betekenen

Tijdens dit proces kunnen er verschillende obstakels optreden. Wij kunnen u vooraf adviseren op welke wijze zaken aangeleverd dienen te worden. Eventueel kunnen wij de standaard zorgovereenkomsten voor u invullen of voor de zorgverleners opstellen. Ook hier gaat het vaak mis waardoor u (weer) een nieuwe zorgovereenkomst op dient te sturen of op dient te vragen.

Dit bespaart u niet alleen een hoop ergernis maar vooral ook een hoop tijd. Juist door het verkeerd aanleveren van essentiële zaken kan een tijdige uitbetaling aan uw zorgverlener gevaar lopen. U wilt dit natuurlijk voorkomen. De meeste zorgverleners zijn afhankelijk van een tijdige betaling.

Trajecten

Niet alleen in het voortraject kunnen wij u van dienst zijn. Juist ook in het traject dat daarna volgt zijn wij gespecialiseerd. U kunt hierbij denken aan het voeren van bezwaarprocedures indien er geen of onvoldoende budget aan u is toegekend. Het kan ook voorkomen dat er van u een betaling wordt teruggevorderd. Niet elke betaling kan zonder meer door de Sociale verzekeringsbank worden teruggevorderd. Sommige onrechtmatig gedane betalingen kunnen niet worden teruggevorderd. Niet omdat de termijn van terugvordering is verstreken maar omdat dit strijdig zou zijn met de interne richtlijnen. Indien er van deze interne richtlijnen wordt afgeweken is er, in bepaalde gevallen, sprake van willekeur.

Bezwaarschrift

Als u van mening bent dat u recht heeft op een hoger budget dan stellen wij een grondig bezwaar voor u op. Ook indien u, als zorgverlener, wordt geconfronteerd met verzoeken om uitbetaalde gelden terug te betalen voeren wij voor u bezwaar. Wij toetsen onze bezwaarschriften aan de interne richtlijnen, aan de beleidsregels, wetgeving en aan de jurisprudentie. U bent op deze wijze altijd verzekerd van een inhoudelijk goed gemotiveerd bezwaar dat de grootste kans heeft op toekenning van het bezwaar. Indien uw bezwaar gegrond wordt verklaard kost deze bezwaarprocedure u niets. Wij kunnen vooraf wel een inschatting geven maar kunnen vooraf nooit garanderen dat uw bezwaar gegrond wordt verklaard; wel dat u de meeste kans maakt Als u ons inschakelt.

Wetswijziging Wob verzoek

Wat is een Wob verzoek, en hoe werkt dat? Welke verandering komt eraan?

Een Wob verzoek is een verzoek dat op de Wet openbaarheid van bestuur is gebaseerd. U kunt een verzoek (vraag) bij een bestuursorgaan indienen om informatie over onderwerpen te krijgen. U kunt bijvoorbeeld aan het bestuursorgaan verzoeken om informatie over de uitgaven die een bestuursorgaan doet.

U kunt een (kort) verzoek, in de vorm van een brief aan een bestuursorgaan toesturen. Het bestuursorgaan dient u vervolgens binnen 4 weken te voorzien van de informatie die u heeft opgevraagd.

Indien een bestuursorgaan niet of veel te laat uw Wob verzoek afhandelt dan moet er (na een ingebrekestelling) een dwangsom worden betaald; deze kan flink oplopen. De maximale hoogte van de dwangsom van een Wob verzoek bedraagt € 1260,00

Binnenkort hoeft een bestuursorgaan geen dwangsom meer te betalen voor Wob verzoeken. Pas nadat u bij de bestuursrechter bent geweest kan er een dwangsom worden toegekend.

Wanneer gaat deze wijziging in?

Vanaf 1 oktober 2016 wordt de Wob (Wet openbaarheid van bestuur) uitgesloten van de Wet dwangsom. Een Kamermeerderheid heeft ingestemd met het wetsvoorstel waarna het is voorgelegd aan de Eerste Kamer. Ook de Eerste Kamer heeft ingestemd met het voorstel waardoor het in werking kan treden.

De inwerkingtreding is vastgesteld op 1 oktober 2016, vanaf deze datum kan de Wob in principe niet meer aangewend worden om er misbruik van te maken.

Hoe wordt de Wob misbruikt?

Door Wob verzoeken (informatie verzoeken die op de Wet openbaarheid van bestuur zijn gebaseerd) te verstoppen in brieven aan bestuursorganen wordt er misbruik gemaakt van de Wob. Door het verstoppen van het Wob verzoek wordt de hoop gevestigd dat deze verzoeken over het hoofd worden gezien.

De tweede vorm van misbruik bestaat uit het sturen van zeer omvangrijke verzoeken. Veelal stuurden (speciaal opgerichte bedrijfjes) Wob verzoeken die zeer uitgebreid zijn. Enerzijds is dit de hoeveelheid van Wob verzoeken die door één persoon worden verstuurd, anderzijds is dit de hoeveelheid informatie die in één Wob verzoek wordt verzocht. Door de omvang kan het bestuursorgaan er niet in slagen om tijdig de informatie aan te leveren.

Daarna bestaat de mogelijkheid om het bestuursorgaan in gebreke te stellen. De wet dwangsom bepaalt dat er in de gevallen dat er te laat informatie wordt geleverd een geldbedrag is verschuldigd aan de indiener van het verzoek.

Wat is de consequentie van de verandering?

Na de inwerkingtreding is er nog wel de mogelijkheid om informatieverzoeken in te dienen. Dit zal ook altijd nodig blijven. In veel gevallen is er ook informatie nodig waar een bestuursorgaan over beschikt. De inwerkingtreding zal ertoe leiden dat de er geen onnodige verzoeken meer worden ingediend bij een bestuursorgaan. Een verzoek tot vergoeding van kosten kan voortaan door de bestuursrechter worden toegewezen.

Daarnaast kan het onwenselijke effect optreden dat een bestuursorgaan een Wob verzoek dat wel noodzakelijk is niet (tijdig) afhandelt, omdat het bestuursorgaan stelt dat uw Wob verzoek gebaseerd is op misbruik van de Wet openbaarheid van bestuur. Pas na de inwerkingtreding zal duidelijk worden (door de hoeveelheid beroepschriften bij de bestuursrechter) hoe vaak dit zal voorkomen.

Vergoeding van kosten

De indiener kan wel aanspraak blijven maken op vergoeding van de kosten. Nu wordt de kans op toewijzing dus wel verkleind. Door de wetswijziging van de Wob zijn er direct al uitsluitingen. De belangrijkste uitsluiting is het verstopte Wob verzoek.

  • Als de indiener zelf de veroorzaker is van het niet tijdig nemen van het besluit. Hiermee wordt het verstoppen van Wob verzoeken in brieven naar bestuursorganen dus onder andere mee bedoeld.
  • De tweede belangrijke wijziging ziet toe op de omvang van Wob verzoeken. In overeenstemming kan de beslistermijn worden opgeschort, en dient er voldoende te worden meegewerkt aan de opschorting van de beslistermijn door de indiener van het verzoek. De bestuursrechter kan een dwangsom vaststellen die door het bestuursorgaan wordt verbeurd. Deze dwangsom wordt pas verbeurd indien er niet binnen de door de bestuursrechter vastgestelde termijn wordt beslist.

De bestuursrechter kan tevens afzien van het toewijzen van een proceskostenveroordeling. Hierdoor wordt het waarschijnlijk minder aantrekkelijk om een beroep te doen op de bestuursrechter. Het kan leiden tot verlies van geldbedragen in plaats van winst. Immers kan de bestuursrechter besluiten dat de griffiekosten niet vergoed hoeven te worden door het bestuursorgaan.

Snellere afhandeling

De aanpassing van de wetgeving kan leiden tot een eerlijkere afhandeling van Wob verzoeken. Niet alleen worden er op deze wijze onnodige Wob verzoeken eruit gefilterd, maar de Wob verzoeken die wel nodig en nuttig kunnen zijn kunnen op een snellere wijze worden afgehandeld. Het is natuurlijk wel te hopen dat dit in de praktijk ook echt zal gebeuren.

Voorbeeld Wob verzoek

Wij hebben voor u een voorbeeld opgesteld van een Wob verzoek dat u kunt downloaden. Het is niet onze bedoeling dat wij u aanzetten tot het indien van nutteloze Wob verzoeken. Wij stellen u alleen in de gelegenheid een voorbeeld van een Wob verzoek te downloaden voor de relevante aangelegenheden.