Het belang van goede arbeidsomstandigheden

Goede arbeidsomstandigheden

Goede arbeidsomstandigheden zijn belangrijk voor een gezonde en veilige werkomgeving voor werknemers. Bij goede arbeidsomstandigheden zullen werknemers meer produktiviteit leveren omdat ze minder ziek en beter gemotiveerd zijn. Het is dus ook in het belang van de werkgever dat er een goed en doeltreffend arbeidsomstandighedenbeleid op de werkvloer tot stand komt. Het is namelijk nog veel duurder voor de werkgever als er hoge ziekte- en vervangingskosten ontstaan door uitval van werknemers door een slecht of niet bestaand arbeidsomstandighedenbeleid.

Arbeidsomstandigheden beslaan een zeer groot en gevarieerd terrein. Het werken met gevaarlijke stoffen en op hoogte werken zijn voorbeelden die geen uitleg nodig hebben, maar bijvoorbeeld ook beeldschermwerk en thuiswerken vallen onder de te beschermen arbowerkzaamheden. Zo moeten werknemers die langdurig met beeldschermen werken om de 2 uur 10 tot 15 minuten van het beeldscherm af en iets anders gaan doen. De ogen van beeldschermwerkers moeten regelmatig getest worden. Werknemers die regelmatig thuis werken, moeten een ergonomisch verantwoorde werkplek krijgen, op kosten van de werkgever.

Verantwoordelijkheden

De verantwoordelijkheid voor de arbeidsomstandigheden ligt primair bij de werkgever. Hij moet volgens de Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) onder andere een degelijk Arbobeleid opstellen en een deugdelijke risico-inventarisatie en evaluatie (R.I.E.) uitvoeren. Hij moet zich op het gebied van preventie en verzuimbegeleiding laten bijstaan door deskundigen, zoals een gecertificeerde Arbodienst met daarin minimaal 1 bedrijfsarts die ingeschreven staat in het zogenaamde  BIG (Beroepen Individuele Gezondheidszorg) register.

De werknemer is verplicht om persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM’s) te gebruiken, instructies van de werkgever op te volgen en, indien nodig, speciale opleidingen met betrekking tot veilig en gezond werken te volgen. Doet hij dit niet en heeft de werkgever al het mogelijke gedaan om bijvoorbeeld de werknemer de hem ter beschikking gestelde PBM’s te laten gebruiken, dan is de werknemer beboetbaar. Er is de laatste jaren wel een tendens zichtbaar, mijn inziens geheel terecht, om de werknemer eerder en strenger te beboeten voor het niet voldoen aan de verplichtingen uit de Arbowetgeving. Arbeidsomstandigheden moeten een gedeelde verantwoordelijkheid zijn van zowel werkgever als werknemer.

Medezeggenschap

In de Arbowet is veel ruimte ingeruimd voor medezeggenschap van de diverse medezeggenschapsorganen en vakverenigingen. Daarnaast kent de Ondernemingsraad (OR) op grond van artikel 27 van de Wet op de Ondernemingsraden een instemmingsrecht, waarbij bijvoorbeeld de R.I.E. en het plan van aanpak instemming van de OR nodig hebben. Voor bedrijven met minder dan 50 en meer dan 10 werknemers is er de mogelijkheid een personeelsvertegenwoordiging (PVT) op te richten. Deze PVT heeft dezelfde rechten met betrekking tot arbeidsomstandigheden als de OR. De vakbond kan via de Arbowet een onderzoek laten instellen naar de arbeidsomstandigheden door de toezichthouder, de Inspectie SZW (voorheen de Arbeidsinspectie); dit recht komt ook toe aan de OR of PVT. De werknemer is gerechtigd het werk te onderbreken of neer te leggen als er een onmiddellijk en ernstig gevaar dreigt en een optreden van de Inspectie SZW niet afgewacht kan worden. De werkonderbreking is wel aan strenge voorwaarden onderworpen.

Terugtredende wetgever

Zoals wel op meer gebieden te zien is, treedt de wetgever ook op het gebied van de arbeidsomstandigheden steeds meer terug. Waar vroeger veel regels in algemeen verbindende voorschriften werden vastgesteld, wordt nu steeds meer aan de sociale partners op brancheniveau overgelaten. De wetgever probeert doelvoorschriften te maken waarin het te bereiken beschermingsniveau wordt aangegeven. Werkgevers en werknemers in een branche proberen vervolgens oplossingen te maken om aan deze doelvoorschriften te voldoen. Dit wordt gedaan via een zogenaamde arbocatalogus. De arbocatalogus wordt ter toetsing voorgelegd aan de Inspectie SZW. Deze afspraken zijn geen vrijblijvende afspraken. De Inspectie SZW gebruikt de afspraken om het arbeidsomstandighedenbeleid en de concrete arbeidsomstandigheden te beoordelen.

Hopelijk worden in branches waar een ongelijke machtsverhouding bestaat tussen werkgevers en werknemers de belangen van de werknemers niet opgeofferd aan de winstgevendheid en efficiency. Daarom is ook een sterke en strak handhavende toezichthouder nodig. Helaas is er de laatste jaren sterk bezuinigd op de Inspectie SZW; volgens de internationale organisatie voor arbeidsomstandigheden ILO moet er in een modern industrieel land voor iedere 10.000 werknemers één arbeidsinspecteur zijn. Nederland voldoet niet aan de norm. In Nederland is er slecht 1 inspecteur op iedere 30.000 werknemers ¹.

Peter Majoor

 

¹https://nos.nl/artikel/2153480-fnv-arbeidsinspectie-heeft-zelf-zaken-niet-op-orde.html

 

Reactie achterlaten?

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *