BPOC2020

'Onderzoek' Corona maatregelen

De BPOC2020 verricht onderzoek naar de door de overheid getroffen maatregelen in het kader van het Coronavirus. De afkorting BPOC staat voor 'Buiten Parlementaire Onderzoeks Commissie'. Een zelfbenoemde commissie die op eigen houtje een onderzoek verricht. Het heeft niks te maken met een èchte parlementaire onderzoekscommissie. Aan deze commissie heb ik verzocht om een lijst te verstrekken van particulieren en bedrijven waarvan de BPOC2020 donaties heeft ontvangen, om zodoende te kunnen vaststellen of het onderzoek onafhankelijk is.

Nog dezelfde dag nam Pieter Kuit telefonisch contact met mij op om te vragen naar het doel van de opgevraagde lijst met donateurs. Pieter Kuit is de voorzitter van de particuliere commissie, hij heeft theologie gestudeerd (godsleer). Alhoewel het bij een opvraag van een lijst met donateurs niet verplicht is om het doel daarvan op te geven, heb ik aangegeven dat ik de opvraag uit nieuwsgierigheid en in het kader van transparantie naar het onderzoek heb gedaan. Pieter Kuit gaf aan dat het niet verplicht is om deze lijst te verstrekken aan iedereen die de lijst opvraagt, hetgeen inderdaad geheel juist is. Om aan te geven dat ik niet klakkeloos een lijst van donateurs opvraag heb ik gemeld dat ik over een mr. titel beschik, en de opvraag heb gedaan om te onderzoeken of er politieke partijen tussen de donateurs zitten of personen die op de Fvd of de PVV stemmen. Een mr. titel vindt Pieter Kuit nietszeggend, ook 'in de bak zit er iemand al zijn hele leven vast die over een mr. titel beschikt', aldus Pieter Kuit.

Pieter Kuit was merkzaam boos, geagiteerd en zeer onvriendelijk tijdens het gesprek. Naar mijn mening onnodig in een informatief gesprek over de transparantie van het 'onderzoek naar de door de overheid getroffen maatregelen van het Coronavirus' en de donateurs van dat onderzoek. Een lijst toesturen met de donateurs gaat Pieter Kuit niet doen. Hij geeft aan dat dit niet mag volgens de privacywetgeving. Daarbij stelt hij dat donateurs er niet op zitten te wachten dat hun namen worden verstrekt. Volgens hem wordt er niet door politieke partijen gedoneerd, zijn de donaties tot nog toe alleen afkomstig van particulieren, zitten tussen de donateurs geen bekende namen en gaat het om bedragen van vijf euro tot honderd euro. Omdat Pieter Kuit weigert om een lijst van donateurs te verstrekken is die stelling niet na te gaan, de transparantie m.b.t. de donateurs ontbreekt daarmee.

(geen) Wetenschappelijk onderzoek

Het 'onderzoek naar de door de overheid getroffen maatregelen van het Coronavirus'  van de commissie bestaat uit het horen van personen die hun verhaal willen doen bij de particuliere commissie. Deze personen worden op verzoek van de particuliere commissie uitgenodigd of kunnen zichzelf opgeven om uitgenodigd te worden door de commissie volgens Pieter Kuit. Het gaat niet om een wetenschappelijk onderzoek. Wel worden er ook personen gehoord die hun verhaal ondersteunen met wetenschappelijk onderzoek. Dit wetenschappelijke onderzoek was door vijf personen aan een peer- review onderworpen. Na het verhaal van deze personen wordt er door de particuliere commissie een conclusie getrokken. Als voorbeeld geeft Pieter Kuit aan dat er m.b.t. de betrouwbaarheid van PCR-testen twee juristen hun verhaal hebben gedaan. Deze twee juristen staven hun verhaal met wetenschappelijk onderzoek naar de PCR-testen. Het wetenschappelijke onderzoek, waarmee de twee juristen hun verhaal staven, is onderworpen geweest aan een peer-review. Dat betekent dat de conclusie die de commissie vormt gebaseerd wordt op het verhaal van twee juristen en vijf peer-reviewers, een totaal van zeven personen. Nadat ik hem daar op wijs, geeft hij aan dat dit inderdaad het geval is. Naar mijn mening is een conclusie m.b.t. de PCR-testen die moeten aantonen of iemand Corona heeft dan wel erg magertjes gezien de impact die Corona op het maatschappelijke leven heeft.  De verklaringen lijken niet onafhankelijk die mr. Jeroen Pols en mr. Michael Verstraete, respectievelijk de jurist en advocaat van Viruswaarheid (Willem Engel), hebben afgelegd bij de particuliere commissie die 'onderzoek naar de door de overheid getroffen maatregelen van het Coronavirus' doet.

Pieter Kuit stelt dat het 'onderzoek naar de door de overheid getroffen maatregelen van het Coronavirus' transparant en onafhankelijk is, en dat de personen die zijn uitgenodigd voor- of tegenstanders kunnen zijn. Dat strookt niet helemaal met hetgeen op de website is vermeld. De slogan van de website 'Samen zetten wij ons in voor de vrijheid van ons en onze kinderen!' doet anders vermoeden. Ook doet het vreemd aan dat er eerst een gesprek wordt gevoerd met personen die zich aanmelden om hun verhaal te doen, en dat er pas daarna een planning voor de opname van hun verhaal plaatsvindt. Uit de conclusie die te raadplegen is op de website van de BPOC2020 blijkt een sterke mate van afkeer van het overheidsbeleid. Onder de conclusie van het 'onderzoek naar de door de overheid getroffen maatregelen van het Coronavirus' worden gevolgen verbonden die niet (altijd) op feiten lijken te berusten, maar op een mening van de particuliere commissie.

Dominee en Pastor P. Kuit

Op de vraag wie mevrouw J. Kuit is, die samen met Pieter Kuit de initiatiefnemer is van de commissie, wordt door hem niet ingegaan. Ook niet op de vraag of dit zijn vrouw of misschien zijn dochter kan zijn. De zelfbenoemde commissie bestaat uit Pieter Kuit en mevrouw J. Kuit, aangevuld met drie andere leden. Pieter Kuit is tevens bestuurslid van de ANBB volgens de Kamer van Koophandel. Op de site van de ANBB is echter vermeld dat dit Pedro Kuit is. Wie is Pedro Kuit? Een dominee en pastor die samen met Jade Kuit uitvaarten en inzegeningen verzorgd. Het blijkt dat dominee ds. Pedro Kuit dezelfde persoon is als drs. Pieter Kuit. Het telefoonnummer waarmee Pieter Kuit mij belt is hetzelfde telefoonnummer dat vermeld staat op de website van ds Pedro Kuit. Nadat ik in het gesprek Pieter Kuit een aantal keer heb onderbroken verzocht Pieter Kuit om hem uit te laten spreken. Uiteraard mocht hij dat. Zelf mocht ik dat helaas niet nadat ik onderbroken werd door Pieter Kuit. Sterker nog midden in mijn zin werd door Pieter Kuit de verbinding verbroken. Voor commentaar op dit stuk was Pieter Kuit niet bereikbaar.

Het (tussen)rapport van het onderzoek is niet op de website te downloaden of te raadplegen. Het rapport van het 'onderzoek naar de door de overheid getroffen maatregelen van het Coronavirus' is niet gratis verkrijgbaar, voor een bedrag van € 27,- kan het rapport worden besteld op de website van de BPOC2020. Voor € 50,- kan een gesigneerd rapport van het 'onderzoek naar de door de overheid getroffen maatregelen van het Coronavirus' worden besteld.

Onafhankelijk?

Van onafhankelijkheid van bepaalde commissieleden lijkt niets van waar. Uit een interview met de voorzitter Pieter Kuit van de BPOC2020, blijkt wel degelijk een vooraf ingenomen standpunt. Daarnaast blijkt deze heer tegelijkertijd met Willem Engel van Viruswaarheid in de ANBB te hebben gezeten. Een ander lid van de commissie, Jade Kuit, heeft samen met Pedro (Pieter) Kuit aangifte gedaan tegen de minister van Volksgezondheid. (J.) Jade Kuit blijkt de dochter van Pieter Kuit te zijn. Een derde lid van de commissie is Evert de Blok, ondernemer en 'bezorgd over de duur van de lockdown', die weer samen met huisarts Rob Elens de initiatiefnemer van de website Zelfzorg.nl is. Onafhankelijk? U mag het zelf beoordelen.

Update 15 april 2020: Op dit moment is de BPOC2020 bezig met het afnemen van politieverhoren. Agenten vertellen hun verhaal over de demonstraties en het daarbij gebruikte geweld. Agenten zouden gewetensbezwaren hebben en eigenlijk geen geweld willen toepassen op de mensen die protesteren tegen de Corona maatregelen. De politieverhoren worden anoniem afgenomen. De transcripties van die gesprekken worden voorgelezen door een stemauteur. De werkelijke opnames van de politieagenten liggen volgens BPOC2020 in een kluis bij een notaris. Verschillende personen hebben gevraagd om de naam van de notaris en of deze notaris een verklaring op ambtseed wil laten zijn. De naam van de notaris is tot nu toe niet bekend gemaakt, ook is er geen verklaring door een notaris afgegeven. De personen die daar op Twitter om vragen wordt door de BPOC2020 steevast geblokkeerd. 

 

Auteur:
mr. Alex van der Spoel

 

BPOC2020

'Onderzoek' Corona maatregelen

De BPOC2020 verricht onderzoek naar de door de overheid getroffen maatregelen in het kader van het Coronavirus. De afkorting BPOC staat voor 'Buiten Parlementaire Onderzoeks Commissie'. Een zelfbenoemde commissie die op eigen houtje een onderzoek verricht. Het heeft niks te maken met een èchte parlementaire onderzoekscommissie. Aan deze commissie heb ik verzocht om een lijst te verstrekken van particulieren en bedrijven waarvan de BPOC2020 donaties heeft ontvangen, om zodoende te kunnen vaststellen of het onderzoek onafhankelijk is.

Nog dezelfde dag nam Pieter Kuit telefonisch contact met mij op om te vragen naar het doel van de opgevraagde lijst met donateurs. Pieter Kuit is de voorzitter van de particuliere commissie, hij heeft theologie gestudeerd (godsleer). Alhoewel het bij een opvraag van een lijst met donateurs niet verplicht is om het doel daarvan op te geven, heb ik aangegeven dat ik de opvraag uit nieuwsgierigheid en in het kader van transparantie naar het onderzoek heb gedaan. Pieter Kuit gaf aan dat het niet verplicht is om deze lijst te verstrekken aan iedereen die de lijst opvraagt, hetgeen inderdaad geheel juist is. Om aan te geven dat ik niet klakkeloos een lijst van donateurs opvraag heb ik gemeld dat ik over een mr. titel beschik, en de opvraag heb gedaan om te onderzoeken of er politieke partijen tussen de donateurs zitten of personen die op de Fvd of de PVV stemmen. Een mr. titel vindt Pieter Kuit nietszeggend, ook 'in de bak zit er iemand al zijn hele leven vast die over een mr. titel beschikt', aldus Pieter Kuit.

Pieter Kuit was merkzaam boos, geagiteerd en zeer onvriendelijk tijdens het gesprek. Naar mijn mening onnodig in een informatief gesprek over de transparantie van het 'onderzoek naar de door de overheid getroffen maatregelen van het Coronavirus' en de donateurs van dat onderzoek. Een lijst toesturen met de donateurs gaat Pieter Kuit niet doen. Hij geeft aan dat dit niet mag volgens de privacywetgeving. Daarbij stelt hij dat donateurs er niet op zitten te wachten dat hun namen worden verstrekt. Volgens hem wordt er niet door politieke partijen gedoneerd, zijn de donaties tot nog toe alleen afkomstig van particulieren, zitten tussen de donateurs geen bekende namen en gaat het om bedragen van vijf euro tot honderd euro. Omdat Pieter Kuit weigert om een lijst van donateurs te verstrekken is die stelling niet na te gaan, de transparantie m.b.t. de donateurs ontbreekt daarmee.

(geen) Wetenschappelijk onderzoek

Het 'onderzoek naar de door de overheid getroffen maatregelen van het Coronavirus'  van de commissie bestaat uit het horen van personen die hun verhaal willen doen bij de particuliere commissie. Deze personen worden op verzoek van de particuliere commissie uitgenodigd of kunnen zichzelf opgeven om uitgenodigd te worden door de commissie volgens Pieter Kuit. Het gaat niet om een wetenschappelijk onderzoek. Wel worden er ook personen gehoord die hun verhaal ondersteunen met wetenschappelijk onderzoek. Dit wetenschappelijke onderzoek was door vijf personen aan een peer- review onderworpen. Na het verhaal van deze personen wordt er door de particuliere commissie een conclusie getrokken. Als voorbeeld geeft Pieter Kuit aan dat er m.b.t. de betrouwbaarheid van PCR-testen twee juristen hun verhaal hebben gedaan. Deze twee juristen staven hun verhaal met wetenschappelijk onderzoek naar de PCR-testen. Het wetenschappelijke onderzoek, waarmee de twee juristen hun verhaal staven, is onderworpen geweest aan een peer-review. Dat betekent dat de conclusie die de commissie vormt gebaseerd wordt op het verhaal van twee juristen en vijf peer-reviewers, een totaal van zeven personen. Nadat ik hem daar op wijs, geeft hij aan dat dit inderdaad het geval is. Naar mijn mening is een conclusie m.b.t. de PCR-testen die moeten aantonen of iemand Corona heeft dan wel erg magertjes gezien de impact die Corona op het maatschappelijke leven heeft.  De verklaringen lijken niet onafhankelijk die mr. Jeroen Pols en mr. Michael Verstraete, respectievelijk de jurist en advocaat van Viruswaarheid (Willem Engel), hebben afgelegd bij de particuliere commissie die 'onderzoek naar de door de overheid getroffen maatregelen van het Coronavirus' doet.

Pieter Kuit stelt dat het 'onderzoek naar de door de overheid getroffen maatregelen van het Coronavirus' transparant en onafhankelijk is, en dat de personen die zijn uitgenodigd voor- of tegenstanders kunnen zijn. Dat strookt niet helemaal met hetgeen op de website is vermeld. De slogan van de website 'Samen zetten wij ons in voor de vrijheid van ons en onze kinderen!' doet anders vermoeden. Ook doet het vreemd aan dat er eerst een gesprek wordt gevoerd met personen die zich aanmelden om hun verhaal te doen, en dat er pas daarna een planning voor de opname van hun verhaal plaatsvindt. Uit de conclusie die te raadplegen is op de website van de BPOC2020 blijkt een sterke mate van afkeer van het overheidsbeleid. Onder de conclusie van het 'onderzoek naar de door de overheid getroffen maatregelen van het Coronavirus' worden gevolgen verbonden die niet (altijd) op feiten lijken te berusten, maar op een mening van de particuliere commissie.

Dominee en Pastor P. Kuit

Op de vraag wie mevrouw J. Kuit is, die samen met Pieter Kuit de initiatiefnemer is van de commissie, wordt door hem niet ingegaan. Ook niet op de vraag of dit zijn vrouw of misschien zijn dochter kan zijn. De zelfbenoemde commissie bestaat uit Pieter Kuit en mevrouw J. Kuit, aangevuld met drie andere leden. Pieter Kuit is tevens bestuurslid van de ANBB volgens de Kamer van Koophandel. Op de site van de ANBB is echter vermeld dat dit Pedro Kuit is. Wie is Pedro Kuit? Een dominee en pastor die samen met Jade Kuit uitvaarten en inzegeningen verzorgd. Het blijkt dat dominee ds. Pedro Kuit dezelfde persoon is als drs. Pieter Kuit. Het telefoonnummer waarmee Pieter Kuit mij belt is hetzelfde telefoonnummer dat vermeld staat op de website van ds Pedro Kuit. Nadat ik in het gesprek Pieter Kuit een aantal keer heb onderbroken verzocht Pieter Kuit om hem uit te laten spreken. Uiteraard mocht hij dat. Zelf mocht ik dat helaas niet nadat ik onderbroken werd door Pieter Kuit. Sterker nog midden in mijn zin werd door Pieter Kuit de verbinding verbroken. Voor commentaar op dit stuk was Pieter Kuit niet bereikbaar.

Het (tussen)rapport van het onderzoek is niet op de website te downloaden of te raadplegen. Het rapport van het 'onderzoek naar de door de overheid getroffen maatregelen van het Coronavirus' is niet gratis verkrijgbaar, voor een bedrag van € 27,- kan het rapport worden besteld op de website van de BPOC2020. Voor € 50,- kan een gesigneerd rapport van het 'onderzoek naar de door de overheid getroffen maatregelen van het Coronavirus' worden besteld.

Onafhankelijk?

Van onafhankelijkheid van bepaalde commissieleden lijkt niets van waar. Uit een interview met de voorzitter Pieter Kuit van de BPOC2020, blijkt wel degelijk een vooraf ingenomen standpunt. Daarnaast blijkt deze heer tegelijkertijd met Willem Engel van Viruswaarheid in de ANBB te hebben gezeten. Een ander lid van de commissie, Jade Kuit, heeft samen met Pedro (Pieter) Kuit aangifte gedaan tegen de minister van Volksgezondheid. (J.) Jade Kuit blijkt de dochter van Pieter Kuit te zijn. Een derde lid van de commissie is Evert de Blok, ondernemer en 'bezorgd over de duur van de lockdown', die weer samen met huisarts Rob Elens de initiatiefnemer van de website Zelfzorg.nl is. Onafhankelijk? U mag het zelf beoordelen.

Update 15 april 2020: Op dit moment is de BPOC2020 bezig met het afnemen van politieverhoren. Agenten vertellen hun verhaal over de demonstraties en het daarbij gebruikte geweld. Agenten zouden gewetensbezwaren hebben en eigenlijk geen geweld willen toepassen op de mensen die protesteren tegen de Corona maatregelen. De politieverhoren worden anoniem afgenomen. De transcripties van die gesprekken worden voorgelezen door een stemauteur. De werkelijke opnames van de politieagenten liggen volgens BPOC2020 in een kluis bij een notaris. Verschillende personen hebben gevraagd om de naam van de notaris en of deze notaris een verklaring op ambtseed wil laten zijn. De naam van de notaris is tot nu toe niet bekend gemaakt, ook is er geen verklaring door een notaris afgegeven. De personen die daar op Twitter om vragen wordt door de BPOC2020 steevast geblokkeerd. 

 

Auteur:
mr. Alex van der Spoel

 

Corona en ondernemers

Corona en vaste lasten ondernemers

Tijdens de Corona-pandemie moeten ondernemers de vaste lasten waaronder de huursom van het pand blijven doorbetalen

Ondernemers krijgen voor de vaste lasten tegemoetkoming vanwege Corona. De vaste lasten bestaan uit meer kosten dan alleen de huursom van het pand. Dat lijken verhuurders van panden soms wel te vergeten. In een zaak waarin ik een ondernemer bijsta meende een verhuurder zelfs dat de ondernemer de gehele huursom diende te voldoen, omdat de ondernemer een tegemoetkoming ontvangt voor de vaste lasten. Deze verhuurder droeg daarnaast bijzonder aparte argumenten aan waarom hij meende dat de ondernemer de volledige huursom diende te voldoen. Eén van die argumenten was dat de ondernemer niet in nood zat omdat de ondernemer maar zelfgekweekte groente uit zijn tuin moest eten.

Tegemoetkoming vaste lasten tijden Corona

De tegemoetkoming die ondernemers ontvangen vanwege Corona is onvoldoende om alle vaste lasten te dekken. Ook de energierekening, de verzekering, de boekhouder, abonnementen en overige maandelijks terugkerende kosten dienen daarvan te worden voldaan. Los van de vaste lasten heeft een ondernemer ook privékosten die doorlopen terwijl er geen inkomsten binnenkomen. De ondernemer moet immers de huur of de hypotheek voor zijn huis voldoen en nog geld overhouden om te kunnen eten. Dat wordt lastig als ook nog eens de kosten voor de zorgverzekering, energie, internet, auto en dergelijke moet worden voldaan. Ondernemers komen door Corona daadwerkelijk in nood.

Bevriezing tijdens de Corona-pandemie

In weze zouden de vaste lasten moeten worden bevroren tijdens de Corona-pandemie. Alleen bevriezing van de vaste lasten zorgt ervoor dat een ondernemer minder tot geen zorgen heeft tijdens de pandemie. Natuurlijk is de tegemoetkoming een mooie regeling van de overheid. Het betreft echter tegemoetkoming en geen volledige dekking voor alle kosten die een ondernemer heeft. Bevriezing van alle vaste lasten zorgt voor een pauze tijdens de Corona-pandemie. Iets wat verstrekkend is, maar wel de eerlijkste regeling. Na de Corona-pandemie moet de draad weer worden opgepakt. Natuurlijk werkt dat door in de hele keten. De verhuurder zou op zijn beurt bevriezing van leningen kunnen aanvragen die hij heeft afgesloten voor de aankoop van zijn panden bij de bank. Banken hebben de grootste buffer waardoor zij draagkrachtig genoeg zijn om verliezen te kunnen opvangen tijden de Corona-pandemie. Immers maken deze banken tijdens de Corona-pandemie nog steeds winst.

Bevriezing van de vast lasten zorgt ervoor dat de winkels, de kapsalons, de sportscholen en de horeca niet uit het straatbeeld verdwijnen. Deze bedrijven dragen bij aan de inkomsten van de Staat; inkomsten waar de gehele gemeenschap van profiteert.

Heeft u te maken met vaste lasten die te hoog zijn voor u, en opdringerige verhuurders, energiebedrijven of andere bedrijfsmatige relaties? Neem contact op met ons en stuur een email naar info@ciberjuristen.nl. Vermeld daar in chronologische volgorde bij wat uw situatie is. Houd er rekening mee dat er verzocht kan worden om bewijsstukken waaruit de nood voor uw situatie blijkt tijdens de Corona-pandemie.

Auteur:
Dhr. mr. A. van der Spoel

Verplicht naar school & Corona

Moet mijn kind naar school tijdens Corona?

Is het wel veilig voor mijn kind op school als er Corona heerst in Nederland? Kan ik een boete krijgen als ik mijn kind thuishoudt?

Volgens de laatste onderzoeken wordt het virus hetzelfde overgedragen onder kinderen als onder volwassenen. Dat is niet zo vreemd. Het gaat om een virus, een levend organisme dat zich wilt voortplanten. Het Coronavirus zal daarom geen onderscheid maken in leeftijd. Wel kan het zo zijn dat een jong lichaam weerbaarder is dan een ouder lichaam, echter is dat geen garantie dat uw kind niet ziek wordt van Corona en daar ernstige chronische nawerkingen aan kan overhouden.

Als uw kind Corona oploopt op school dan wordt dit virus verspreidt onder uw hele huishouden. Zo kan de vader, de moeder of uw andere kinderen in het huishouden besmet raken met het Coronavirus. Dat wilt u natuurlijk voorkomen. Ouders van kinderen moeten volgens de school maar het risico op de koop toenemen dat ze ziek worden door Corona als het kind besmet raakt. Is dat wel zo? Mag een school inderdaad eisen dat u uw kind naar school stuurt terwijl er een zeer besmettelijk virus heerst?

Nee. U hoeft uw kind niet naar school te sturen. Tenminste als er binnen het huishouden van het kind een persoon is die een chronische ziekte heeft. Besmetting met het Coronavirus moet een negatieve bijdrage leveren aan dat ziektebeeld van die persoon. Dat is het uitgangspunt, echter is het voor te stellen dat andere redenen ook geldig kunnen zijn.

Bescherming tegen Coronavirus

De bescherming van uw kind tegen dodelijke virussen is goed voor te stellen. Niet alleen kan het Coronavirus dodelijk zijn, besmetting kan leiden tot chronische klachten en aandoeningen bij u of uw kind. Dat een school eist dat uw kind naar school moet, terwijl er een gegronde vrees bestaat dat uw kind besmet raakt, is niet realistisch. Immers zijn er nu al verschillende maatregelen getroffen op scholen, terwijl er nog steeds uitbraken plaatsvinden op die scholen. Geen enkele school zal garanderen dat uw kind niet besmet raakt met Corona. Ook verdere maatregelen op scholen zal er niet toe leiden dat er geen uitbraken meer plaatsvinden door het Coronavirus. 

Indien u uw kind niet naar school laat gaan, zal de school een melding moeten maken bij de leerplichtambtenaar. Dat betekent dat er een boete aan u kan worden opgelegd. Dat zal veel ouders afschrikken waardoor ze hun kind alsnog naar school toe sturen terwijl er Corona heerst. Dat is geen goede zaak. Mocht u geconfronteerd worden met de verplichting om uw kind naar school te sturen, terwijl u het daar niet mee eens bent vanwege het Coronavirus dan kunt u via email contact met ons opnemen: info@ciberjuristen.nl. Let erop dat wij geen advies geven om uw kind wel of niet naar school te sturen terwijl er Corona heerst. Dat is een beslissing die u zelf neemt. Wij kunnen u wel bijstaan als u een boete van de leerplichtambtenaar ontvangt, zonodig vechten wij de opgelegde boete aan bij de rechtbank.

Auteur: 
Dhr. mr. A. van der Spoel

Gemeente aansprakelijk voor (letsel)schade

Schade aan uw auto of letselschade?

Wie ie er verantwoordelijk voor schade aan uw auto of voor letselschade als het wegdek gebrekkig is? En wat houdt de gebrekkigheid van het wegdek eigenlijk in?

In de wet is bepaald dat de beheerder van openbare weg zorg moet dragen dat het wegdek in een goede staat verkeerd. Het gaat om een plicht voor de betreffende gemeente om te zorgen dat de weg een zodanige veiligheid biedt dat personen, auto's, fietsers en overige zaken niet in gevaar worden gebracht. Bij de beoordeling of er voldoende zorg is gedragen door een gemeente wordt het te verwachten gebruik van de weg of de bestemming van de weg betrokken. De weg en de inrichting van de weg dient afgestemd te zijn op het gebruik van de weg.  Bij die beoordeling wordt de grootte van de kans op verwezenlijking van het gevaar betrokken. Tevens spelen de onderhouds- en veiligheidsmaatregelen die mogelijk zijn en redelijkerwijs te vergen zijn een rol.

Schade geleden aan auto

Bij de redelijkerwijs te nemen veiligheidsmaatregelen wordt betrokken of te nemen maatregelen eenvoudig te realiseren zijn tegen niet al te hoge kosten. In een zaak tegen de gemeente waar een benadeelde schade heeft geleden aan zijn auto, was dat te voorkomen geweest door eenvoudigweg en tegen niet al te hoge kosten een reflecteren signaleringspaaltje te plaatsen op een verhoogde middenberm. Omdat een dergelijk reflecteren paaltje ontbrak was de automobilist op de verhoogde wegafscheiding (vluchtheuvel) terechtgekomen. Daarbij had de automobilist schade geleden aan zijn auto. 

Letselschade claimen

Op het moment dat een dergelijk paaltje ontbreekt kan sprake zijn van een gebrekkige weg. De gemeente waar de weg doorheen loopt is in die gevallen aansprakelijk als er schade wordt geleden. In dit geval was er gelukkig geen lichamelijk letsel geleden, de schade bleef beperkt  tot materiële schade aan de auto. Een gemeente is echter ook aansprakelijk als er wel lichamelijk letsel optreedt, in die gevallen kunt u de letselschade claimen als de gemeente verwijt kan worden dat deze verantwoordelijk is voor een gebrekkige weg door slecht onderhoud of een verkeerde weginrichting. 

Het bewijzen van gebreken kan soms lastig zijn waardoor men in bewijsnood kan komen. Er moet immers worden aangetoond dat er sprake is van een gebrekkige weg. In de besproken zaak werd gebruik gemaakt van Google Maps, waar voorheen wel een reflecterend paaltje zichtbaar was. Nadien was het paaltje op de middenberg verwijderd zonder duidelijke reden. Het kan zijn dat er eerder een ongeval had plaatsgevonden waardoor het paaltje was verwijderd, echter kan de gemeente dat niet met zekerheid vaststellen. Een afbeelding van Google Maps werd door de rechter toegelaten als bewijs. Heeft u zelf letselschade geleden die voor vergoeding in aanmerking komt? Er gelden vaste regels voor het bepalen van de omvang van de schadevergoeding

 

Modelformulier ontbinding

Modelformulier voor ontbinding meezenden of op de website plaatsen?

Consumenten moeten geïnformeerd worden over de rechten die zij hebben bij een aankoop via het internet. Hoe dit opgevat moet worden is lang niet altijd duidelijk. Wij bekijken vanuit meerdere gezichtspunten de twee opvattingen die aangenomen worden indien men spreekt over het modelformulier voor ontbinding en de handelingen die nodig zijn om te voldoen aan de wetgeving. Er zijn twee opvattingen die worden gehanteerd: Het modelformulier moet worden toegezonden aan de consument of het modelformulier moet op de website worden geplaatst.

In de wet en rechtsspraak is bepaald dat er informatie over de termijn, de voorwaarden en de modaliteiten moet worden verstrekt aangaande de uitoefening van het recht van ontbinding, alsmede het modelformulier voor ontbinding (ECLI:NL:RBROT:2017:9632). Moet er informatie worden verstrekt over het modelformulier en waar deze dus kan worden verkregen, bijvoorbeeld op de website van de verkoper? Moet het modelformulier voor ontbinding worden verstrekt aan de consument door toezending daarvan?

Modelformulier voor ontbinding bij bedrijven in de praktijk

Dat dit verschillen oplevert bij bedrijven blijkt uit het feit dat de helft van de bedrijven een ontbindingsformulier meestuurt via email nadat een bestelling is geplaatst en de andere helft een ontbindingsformulier op de website plaatst waar naar wordt verwezen. Twee grote bedrijven hanteren verschillende methodes. Wehkamp stuurt geen ontbindingsformulier toe via de email maar verwijst wel in de email naar het ontbindingsformulier op de website via een link. Bol.com stuurt wel een ontbindingsformulier mee in de email nadat de bestelling is geplaatst.

Toezenden van het formulier

In de memorie van toelichting (33 520, nr. 3) is door de wetgever bepaald: “Dit formulier moet de handelaar verstrekken bij overeenkomsten waarvoor een recht van ontbinding geldt.” Daarna wordt nogmaals vermeld: ” Om de uitoefening van het ontbindingsrecht te vergemakkelijken voorziet de richtlijn in een modelformulier dat de handelaar moet verstrekken aan de consument.” Dat het formulier verstrekt moet worden staat niet ter discussie. Het gaat vooral om de wijze waarop het modelformulier voor ontbinding moet worden verstrekt. In die memorie van toelichting wordt gesproken over een mogelijkheid waarmee de handelaar kan voldoen aan de informatieverplichting: “De richtlijn voorziet in een standaardformulier dat de handelaar invult en vervolgens verstrekt aan de consument. Hiermee voldoet de handelaar aan de informatieverplichtingen van de onderdelen h, i en j (van artikel 6 van de richtlijn).” Dat het hier slechts om een mogelijkheid gaat en geen verplichting is, blijkt uit de daaraan voorafgaande zin: “Deze bepaling, die artikel 6 lid 4 van de richtlijn omzet, biedt de mogelijkheid voor handelaren om eenvoudig aan een aantal informatieverplichtingen over het recht van ontbinding van de overeenkomst te voldoen.”

Plaatsen op de website van het formulier

Over het plaatsen van het modelformulier voor ontbinding is opgenomen dat de handelaar dat formulier kan plaatsen op de website. “Lid 4 (van artikel 6:230o BW) bouwt hierop voort en ziet op de situatie dat de handelaar de mogelijkheid biedt om via zijn website een verklaring tot ontbinding van de overeenkomst aan te bieden. Een dergelijke faciliteit is overigens geenszins verplicht. De handelaar kan op zijn website bijvoorbeeld het modelformulier tot ontbinding plaatsen of een andere ondubbelzinnige verklaring.” Uit dit stuk, dat opgenomen is in de memorie van toelichting, blijkt de mogelijkheid om een verklaring tot ontbinding (van de overeenkomst) aan te bieden. Er blijkt niet uit dat door het aanbieden van die verklaring op de daar genoemde wijze, namelijk het plaatsen van het modelformulier op de website, voldaan is aan de informatieverplichting. Dit wordt niet expliciet genoemd maar is wel een aanwijzing voor het verstrekken van informatie op een wijze die passend is. Er moet namelijk gerealiseerd worden dat de richtlijn van toepassing is op alle overeenkomsten op afstand, daaronder vallen overeenkomsten via het internet (waarschijnlijk 99% tegenwoordig) en tevens via de televisie, sms of telefonisch.

Het verstrekken van informatie op een passende wijze betekent in het geval dat er gebruik wordt gemaakt van email (en geen invulformulier op de website), dat de informatie per email kan worden toegezonden, aldus de memorie van toelichting: “Bij een per e-mail gesloten overeenkomst kan de handelaar dus voordat hij de zaak levert of voordat hij de dienst verricht, een e-mail sturen met daarin de genoemde informatie.” De informatie op een passende wijze verstrekken kan dus inhouden dat het formulier op de website kan worden geplaatst.

Op welke wijze dient het modelformulier op de website te worden geplaatst?

Als het formulier en de informatie over het recht van ontbinding op de website wordt geplaatst dan moet dat wel op een duidelijke manier worden weergegeven. Het is in ieder geval uitgesloten dat het modelformulier en de informatie over het ontbindingsrecht via een link in de algemene voorwaarden pas kan worden gevonden.

De ACM vermeldt dat het modelformulier op een logische en duidelijke plaats op de website moet worden weergegeven. In ieder geval bestaat er wel overeenstemming over de duidelijkheid van de informatie die moet worden geplaatst op de website aangaande het recht op ontbinding. De informatie moet zodanig worden geplaatst dat de consument er niet naar op zoek moet gaan. Dat deze informatie niet alleen in de algemene voorwaarden mag worden geplaatst of ergens verborgen op de pagina, blijkt ook uit de rechtspraak. De ACM kan een boete opleggen, eventueel na meldingen van consumenten, als blijkt dat consumenten worden benadeeld of indien het bedrijf de consument niet op de juiste wijze heeft geïnformeerd. Dit is ook in een aantal gevallen daadwerkelijk voorgekomen, bijvoorbeeld bij Shoebaloo, Cool Cat en Hip voor de Heb. Deze boetes zijn door de rechter in stand gehouden, hetgeen aangeeft dat die boetes terecht zijn opgelegd vanwege gebreken in de informatieverplichting.

Verdere gevolgen

Als een bedrijf de consument niet op de juiste wijze informeert dan heeft een consument gedurende twaalf maanden na de aankoop het recht om de overeenkomst op afstand te ontbinden (artikel 6:230o lid 1 en lid 2 BW). De termijn voor ontbinding wordt daardoor aanzienlijk langer. Let op, de rechter controleert zelf (ambtshalve) of er voldaan is aan de informatieverplichtingen.

Het is voor een consument niet verplicht om het modelformulier in te vullen en mee te sturen als hij de koop wilt ontbinden. Dit blijkt duidelijk uit de tekst van art. 6:230m lid 1 aanhef en onder h BW, ook de rechter is deze mening toegedaan (ECLI:NL:RBROT:2017:9657). Bedrijven mogen wel verzoeken om het modelformulier voor ontbinding in te laten vullen, maar niet de verplichting opleggen om het ontbindingsformulier te laten invullen door de consument; de ontbinding van een overeenkomst is namelijk vormvrij. Een consument mag volstaan om de koop te ontbinden door een email te sturen naar het bedrijf waarin deze (ondubbelzinnig) aangeeft de koopovereenkomst te ontbinden of de koopovereenkomst te herroepen (ECLI:NL:RBNHO:2018:5363)

Conclusie

  • Het modelformulier voor ontbinding mag worden toegezonden via email. U hoeft echter niet het modelformulier voor ontbinding op de website te plaatsten en toe te sturen via email. Natuurlijk mag dat wel.
  • Het modelformulier voor ontbinding en de informatie mag op de website worden geplaatst als goed vindbaar is voor de gemiddelde consument, hij of zij moet er niet naar hoeven zoeken.
  • Plaats het modelformulier voor ontbinding nooit via een link in uw algemene voorwaarden. Plaats de link naar het modelformulier op een zodanige plaatst dat deze altijd direct vindbaar is, bijvoorbeeld bij de bestelknop en in een link in de footer van alle pagina’s. Vul dit ook aan met een link die makkelijk bereikbaar is via het menu.

Heeft u vragen of opmerkingen? Stuur ons dan gerust een email. Vorderingen kunnen wij ook voor bedrijven behandelen via onze partner op basis van No Cure No Pay incasso. Natuurlijk staan wij zelf graag consumenten bij als u via een incassobureau wordt gesommeerd om facturen te voldoen indien er niet voldaan is aan de informatieverplichtingen.

 

 

Privaat-publieke vangnet bij ziekte

Op het eerste gezicht lijkt het voornemen van het derde kabinet Rutte om de loondoorbetalingsverplichting bij arbeidsongeschiktheid te verkorten van maximaal honderdvier naar maximaal tweeënvijftig weken voor werkgevers tot vijfentwintig werknemers heel sympathiek en voordelig voor deze groep werknemers. Het lijkt er op, als men het plan nader bekijkt, dat het voor de kleine werkgevers om de spreekwoordelijke sigaar uit eigen doos lijkt te gaan. De eerste reden voor de kortere loondoorbetaling is dat deze volgens MBK-Nederland als een molensteen om de nek van de  kleinere werkgevers zouden hangen. Als een tweede reden wordt door de werkgevers aangevoerd dat de bereidheid om werknemers een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aan te bieden, veel minder is geworden. Als een derde reden wordt genoemd dat kleine werkgevers slechts geringe invloed kunnen uitoefenen op het re-integratieproces en moeite hebben de re-integratieverantwoordelijkheid goed in te vullen.

Met het plan zou een aanzienlijke kostenbesparing bereikt kunnen worden voor een groot deel van het Nederlandse bedrijfsleven. Door deze lastenverlichting zouden werkgevers er volgens het kabinet weer toe over gaan om in grote getale werknemers een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aan te bieden. De verantwoordelijkheid voor de loondoorbetaling en een aantal re-integratieverplichtingen in het tweede jaar van ziekte komen te liggen bij het UWV. De ontslagbescherming van twee jaar blijft in stand; de collectieve kosten van het tweede jaar worden gedekt via een uniforme lasten dekkende premie, te betalen door de kleine werkgevers. Dit voorstel is echter niet geheel nieuw; in oktober 2015 is op verzoek van de toenmalige minister Asscher het rapport van het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) ZZP tot stand gekomen, waarin onder andere geadviseerd werd om aan kleine werkgevers (met een loonsom tot tien maal het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer) de wettelijke lasten aan loondoorbetaling in het tweede ziektejaar te vergoeden via een verplichte, publieke verzekering. De re-integratieverplichtingen van de werkgever in het tweede ziektejaar zouden dan naar het UWV gaan..

Vraagtekens bij het plan van het regeringsplan

Een van de argumenten die de regering die de regering geeft voor de kortere loondoorbetalingsverplichting weken is dat werkgevers weer bereid zouden zijn om werknemers een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd (“de vaste dienst”) te geven. Maar is dat eigenlijk wel zo? Er is geen afdoende onderzoek geweest naar de effecten van een kortere loondoorbetaling op de arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd; het is dus maar de vraag of er meer “vaste” contracten zullen komen; onderzoek heeft daarbij aangetoond dat ook kleine werkgevers het financiële risico bij twee jaar loondoorbetaling voor een zeer redelijke prijs kunnen verzekeren. Naar mijn mening nemen veel bedrijven werknemers aan op flexibele basis omdat in tijden van economische tegenwind het veel makkelijker is om van zulke werknemers afscheid te nemen. Een andere vraag is welke re-integratieverplichtingen overgaan in het tweede jaar; in het regeerakkoord wordt gesproken over “een aantal” verplichtingen die overgaan naar het UWV; uit de strekking en de bewoordingen in het regeerakkoord lijkt het te gaan om een beperkt aantal verplichtingen, waardoor de werkgever toch in hoofdzaak verantwoordelijk blijft voor de re-integratie in het tweede jaar. Ook wordt het opzegverbod niet afgeschaft in het tweede jaar, waardoor de zieke werknemer in dienst zal blijven na twee jaar. Wat gebeurt er bijvoorbeeld met de loonsanctie in het derde jaar? Komt deze geheel op het bordje van de werkgever te liggen, ook als het UWV aantoonbaar niet aan zijn verplichtingen heeft voldaan. En de werkgever blijft  gewoon betalen voor werknemers die na twee jaar de Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA) ingaan. De regering wil als tegemoetkoming wel de periode van de premiedifferentiatie voor de WGA verkorten van tien naar vijf jaar.

Mogelijke effecten van het regeringsplan

Op de korte termijn zullen de kosten voor werkgevers lager worden door de kortere loondoorbetalingsverplichting, maar op de lange termijn zullen de kosten stijgen door de verwachte toename van het verzuim en WIA-uitkeringen. Uiteindelijk zullen de collectieve premies in het tweede jaar gaan stijgen doordat het hogere verzuim en het toenemend aantal WIA-uitkeringen in de collectieve premies verrekend worden. De toename van het verzuim en aantal WIA -uitkeringen schuilt in twee factoren. Ten eerste zullen sommige werkgevers minder re-integratie inspanningen leveren voor de zieke werknemer in het eerste jaar. Die werkgever zal zeer waarschijnlijk denken: waarom zou ik zoveel moeite doen, als het UWV een gedeelte van de inspanningen in het tweede jaar overneemt? Daarom heeft het kabinet in het plan ook gekozen voor een sectorale premie; de goeden moeten lijden onder de slechten die bewust aansturen op het tweede jaar. Ten tweede is het nog maar zeer twijfelachtig of het UWV de nieuwe rol in het tweede jaar wel aankan. Het UWV heeft bepaald geen goede trackrecord met betrekking tot de re-integratie in het kader van de WIA en Ziektewet. Het UWV heeft al een groot tekort aan herkeuringsartsen en nu komen daar nog extra re-integratieverplichtingen bij. De verwachting is dat als gevolg van de grotere werkdruk  bij het UWV de instroom in de WIA zal toenemen, wat weer tot hogere collectieve lasten voor de werkgevers zal leiden omdat het UWV niet die re-integratie inspanningen zal kunnen leveren die nodig zijn om werknemers weer aan het werk te krijgen.

Al met al lijkt het kabinet naar mijn mening het plan niet goed doordacht te hebben over de mogelijke negatieve gevolgen voor werkgevers: de hogere kosten op langere termijn door de stijgende collectieve premie door de hogere instroom in de WIA als gevolg van te weinig mankracht bij het UWV en verminderde re-integratie inspanningen door de werkgevers in het eerste jaar.

De algemene basisverzekering van het CDA

In december 2015 kwam het CDA met het plan voor een verplichte basisverzekering loondoorbetaling voor alle werkenden, inclusief ZZP´ers. Deze verzekering moet werkenden een inkomen verschaffen bij ziekte voor maximaal twee jaar. Voor de werkgever geldt een loondoorbetalingsverplichting van maximaal acht weken. Dit sluit beter aan bij wat gebruikelijk is in de EU. Evenals de zorgverzekering kent deze basisverzekering een volledige acceptatie met voor alle werkenden gelijke voorwaarden en zonder risicoselectie. Hierdoor ontstaat risicodeling, een aanvaardbare premie en ook ZZP´ers met een hoger risico zijn nu verzekerd. Hierdoor zullen volgens het CDA door de korte loondoorbetaling werkgevers, waardoor de kosten voor werkgevers aanzienlijk zullen dalen, weer meer mensen in vaste dienst aannemen en minder hun toevlucht zoeken in flexwerk en (schijn) ZZP´ers. Zodoende zal er meer evenwicht op de arbeidsmarkt komen. Ook moet met de basisverzekering meer solidariteit en gemeenschapszin bewerkstelligd worden doordat alle werkenden, ongeacht men werknemer is of zelfstandige, premie moeten betalen. Nog een bijkomend voordeel is dat mensen die ZZP´er willen worden, dat makkelijker kunnen doen omdat ze in het plan van het CDA verzekerd zijn tegen ziekte en arbeidsongeschiktheid en dus geen dure particuliere verzekering hoeven af te sluiten.

Het plan voor de basisverzekering vergeleken met het plan van de regering

De voordelen van het regeringsplan zouden moeten zijn de lagere kosten op de korte termijn voor kleine werkgevers en bevordering van het in vaste dienst nemen van werknemers. De lagere kosten ontstaan door de overname van de loondoorbetaling door het UWV in het tweede jaar en de verminderde re-integratie inspanningen in het eerste jaar. Het grote nadeel van dit plan zijn de hogere kosten op langere termijn voor werkgevers door de verwachte toename van de WIA-uitkeringen, die per saldo hoger zullen zijn dan de eerder genoemde voordelen op korte termijn. Waarom niet een gedifferentieerde premie per werkgever in het tweede jaar invoeren? Dan dwing je de kwaadwillende werkgevers tot voldoende re-integratie inspanningen, omdat zij het anders het in hun portemonnee gaan voelen. Ik vind dat de regering er zich met de collectieve premie wel erg gemakkelijk van af maakt; waarschijnlijk is het kabinet beducht voor hogere administratieve kosten bij een gedifferentieerde premie.

Mijns inziens verdient het plan van het CDA de voorkeur, omdat de kosten voor de maatschappij door de korte loondoorbetalingsperiode zullen afnemen en er een grotere solidariteit tussen de verschillende groepen werkenden ontstaat. Ook alle ZZP´ers zijn in dit plan verzekerd voor de loondoorbetaling; in het regeerakkoord van het derde kabinet Rutte heeft de regering het voornemen om voor de ZZP´ers aan de onderkant van de markt uit te gaan van een arbeidsovereenkomst. Mijns inziens zou het beter zijn om alle werkenden, conform de plannen van het CDA, een verplichte basisverzekering te geven. Daarmee ontstaat een grotere solidariteit en collectiviteit tussen de werkenden. Verschillende details in het plan moeten nog wel uitgewerkt worden; zo is het onduidelijk of de uitkeringen gebaseerd zullen zijn op een percentage van het minimumloon of het laatst verdiende loon. Een andere vraag is of de werkgever, bij een loondoorbetaling van acht weken, wel voor langere tijd verantwoordelijk blijft voor de re-integratie en of de ZZP´er een “opt-out” mogelijkheid krijgt als hij niet wil meedoen met de verplichte basisverzekering loondoorbetaling.

Peter Majoor

 

Belang goede arbeidsomstandigheden

Goede arbeidsomstandigheden

Goede arbeidsomstandigheden zijn belangrijk voor een gezonde en veilige werkomgeving voor werknemers. Bij goede arbeidsomstandigheden zullen werknemers meer productiviteit leveren omdat ze minder ziek en beter gemotiveerd zijn. Het is dus ook in het belang van de werkgever dat er een goed en doeltreffend arbeidsomstandighedenbeleid op de werkvloer tot stand komt. Het is namelijk nog veel duurder voor de werkgever als er hoge ziekte- en vervangingskosten ontstaan door uitval van werknemers door een slecht of niet bestaand arbeidsomstandighedenbeleid.

Arbeidsomstandigheden beslaan een zeer groot en gevarieerd terrein. Het werken met gevaarlijke stoffen en op hoogte werken zijn voorbeelden die geen uitleg nodig hebben, maar bijvoorbeeld ook beeldschermwerk en thuiswerken vallen onder de te beschermen arbowerkzaamheden. Zo moeten werknemers die langdurig met beeldschermen werken om de 2 uur 10 tot 15 minuten van het beeldscherm af en iets anders gaan doen. De ogen van beeldschermwerkers moeten regelmatig getest worden. Werknemers die regelmatig thuis werken, moeten een ergonomisch verantwoorde werkplek krijgen, op kosten van de werkgever.

Verantwoordelijkheden

De verantwoordelijkheid voor de arbeidsomstandigheden ligt primair bij de werkgever. Hij moet volgens de Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) onder andere een degelijk Arbobeleid opstellen en een deugdelijke risico-inventarisatie en evaluatie (R.I.E.) uitvoeren. Hij moet zich op het gebied van preventie en verzuimbegeleiding laten bijstaan door deskundigen, zoals een gecertificeerde Arbodienst met daarin minimaal 1 bedrijfsarts die ingeschreven staat in het zogenaamde  BIG (Beroepen Individuele Gezondheidszorg) register.

De werknemer is verplicht om persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM’s) te gebruiken, instructies van de werkgever op te volgen en, indien nodig, speciale opleidingen met betrekking tot veilig en gezond werken te volgen. Doet hij dit niet en heeft de werkgever al het mogelijke gedaan om bijvoorbeeld de werknemer de hem ter beschikking gestelde PBM’s te laten gebruiken, dan is de werknemer beboetbaar. Er is de laatste jaren wel een tendens zichtbaar, mijn inziens geheel terecht, om de werknemer eerder en strenger te beboeten voor het niet voldoen aan de verplichtingen uit de Arbowetgeving. Arbeidsomstandigheden moeten een gedeelde verantwoordelijkheid zijn van zowel werkgever als werknemer.

Medezeggenschap

In de Arbowet is veel ruimte ingeruimd voor medezeggenschap van de diverse medezeggenschapsorganen en vakverenigingen. Daarnaast kent de Ondernemingsraad (OR) op grond van artikel 27 van de Wet op de Ondernemingsraden een instemmingsrecht, waarbij bijvoorbeeld de R.I.E. en het plan van aanpak instemming van de OR nodig hebben. Voor bedrijven met minder dan 50 en meer dan 10 werknemers is er de mogelijkheid een personeelsvertegenwoordiging (PVT) op te richten. Deze PVT heeft dezelfde rechten met betrekking tot arbeidsomstandigheden als de OR. De vakbond kan via de Arbowet een onderzoek laten instellen naar de arbeidsomstandigheden door de toezichthouder, de Inspectie SZW (voorheen de Arbeidsinspectie); dit recht komt ook toe aan de OR of PVT. De werknemer is gerechtigd het werk te onderbreken of neer te leggen als er een onmiddellijk en ernstig gevaar dreigt en een optreden van de Inspectie SZW niet afgewacht kan worden. De werkonderbreking is wel aan strenge voorwaarden onderworpen.

Terugtredende wetgever

Zoals wel op meer gebieden te zien is, treedt de wetgever ook op het gebied van de arbeidsomstandigheden steeds meer terug. Waar vroeger veel regels in algemeen verbindende voorschriften werden vastgesteld, wordt nu steeds meer aan de sociale partners op brancheniveau overgelaten. De wetgever probeert doelvoorschriften te maken waarin het te bereiken beschermingsniveau wordt aangegeven. Werkgevers en werknemers in een branche proberen vervolgens oplossingen te maken om aan deze doelvoorschriften te voldoen. Dit wordt gedaan via een zogenaamde arbo-catalogus. De arbo-catalogus wordt ter toetsing voorgelegd aan de Inspectie SZW. Deze afspraken zijn geen vrijblijvende afspraken. De Inspectie SZW gebruikt de afspraken om het arbeidsomstandighedenbeleid en de concrete arbeidsomstandigheden te beoordelen.

Hopelijk worden in branches waar een ongelijke machtsverhouding bestaat tussen werkgevers en werknemers de belangen van de werknemers niet opgeofferd aan de winstgevendheid en efficiency. Daarom is ook een sterke en strak handhavende toezichthouder nodig. Helaas is er de laatste jaren sterk bezuinigd op de Inspectie SZW; volgens de internationale organisatie voor arbeidsomstandigheden ILO moet er in een modern industrieel land voor iedere 10.000 werknemers één arbeidsinspecteur zijn. Nederland voldoet niet aan de norm. In Nederland is er slechts 1 inspecteur op iedere 30.000 werknemers ¹.

Peter Majoor

¹https://nos.nl/artikel/2153480-fnv-arbeidsinspectie-heeft-zelf-zaken-niet-op-orde.html

 

Nul-uren contracten

Nul-uren contracten komen vaak voor. In een nul-uren contract kan worden bepaald dat een werknemer zich beschikbaar stelt voor werkzaamheden op basis van oproep. Pas als er voldoende werk is wordt de hulp ingeschakeld van deze werknemer.

Bij een nul-uren contract is het van belang dat deze vorm niet wordt misbruikt. Als een werkgever bij een werknemer een nul-uren contract hanteert dan moet er ook daadwerkelijk overeenkomstig een nul-uren contract worden gehandeld. Wat betekent dit in de praktijk?

Van nul-uren contract naar gewoon contract

Dat betekent dat een nul-uren contract automatisch een “gewoon” contract kan worden. Een werkgever kan niet meer afzien van het aanbieden van werk. Dit gebeurt natuurlijk niet zomaar, daarvoor is eerst nodig dat een nul-uren contract minimaal drie maanden heeft geduurd en dat er in die drie maanden een bepaald aantal uren is gewerkt. Er moet dus een arbeidsovereenkomst zijn (in de vorm van een nul-uren contract) en er moet structureel worden gewerkt. Nu is het natuurlijk altijd zo dat er een bepaald aantal uren gewerkt wordt, wat wordt er bedoeld met deze regeling?

Pieken of uitval

Als er steeds incidenteel wordt gewekt op momenten dat er extra handjes nodig zijn door pieken of uitval van een collega dan kan er op een nul-uren contract worden gewerkt en is er niets aan de hand. Als er nu wekelijks een vast aantal uren wordt gewerkt dan is dit een ander verhaal. Een werknemer die in die drie maanden op basis van een nul-uren contract wekelijks 20 uur heeft gewerkt en na drie maanden voor maar 5 uur per week wordt opgeroepen kan een beroep doen op het vermoeden van omvang van arbeid. Dit is een wettelijk vastgelegde regeling. De werknemer richt een schriftelijke mededeling aan de werkgever waarin hij aangeeft wat de huidige situatie is en dat hij of zij daarom een beroep doet op dit vermoeden.

Bewijzen structurele werkzaamheden

De werkgever zal in dat geval moeten aantonen dat de werkzaamheden in die drie maanden structureel van aard waren, lukt dat niet dan zal de werkgever het gemiddelde aantal uren werk aan deze werknemer moeten aanbieden.

Wilt u meer weten over nul-uren contracten of heeft u zelf een nul-uren contract maar werkt u structureel veel meer? Neem dan contact met ons op, wij helpen u graag verder.

Alexander van der Spoel

Ontslag op staande voet

Bij de woorden ”ontslag op staande voet” krijgen veel mensen een onbehagelijk gevoel; en terecht, want er kleven nogal wat gevolgen aan een rechtmatig gegeven ontslag op staande voet. Omdat de arbeidsovereenkomst per direct (schriftelijk of mondeling) wordt opgezegd verliest men daarmee direct het werk en het bijbehorende inkomen. Ook is de consequentie van een terecht ontslag op staande voet dat men geen recht heeft op een WW-uitkering. In de wet zal men tevergeefs de term “ontslag op staande voet” zoeken; er wordt in het Burgerlijk Wetboek gesproken over ontslag wegens dringende reden voor werkgever en werknemer. In deze blog zal ik mij beperken tot het geval van ontslag op staande voet door de werkgever.

Voorwaarden voor ontslag op staande voet

Er moet wel voldaan zijn een aantal voorwaarden voor een ontslag op staande voet. Het is dus niet zo dat een werkgever naar willekeur dit zeer zware en ingrijpende middel kan gebruiken. Het moet gaan om daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer, die ten gevolge hebben dat van de werkgever redelijkerwijs niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.

  • Een dringende reden: hiervan is sprake bij een ernstig verwijtbare gedraging door de werknemer, zoals diefstal, verduistering, mishandeling, bedreiging. In de wet worden niet limitatief nog andere redenen gegeven voor ontslag op staande voet. Bij de beoordeling van de dringendheid van het ontslag op staande voet door de rechter spelen de ingrijpende gevolgen van een ontslag op staande voet mee. De beoordeling van een ontslag op staande voet door de rechter hangt zeer sterk van de omstandigheden van het geval af.
  • Het ontslag op staande voet moet onverwijld gegeven zijn. Als de omstandigheid die aanleiding geeft voor het ontslag op staande voet, zich voorgedaan heeft, mag niet een paar dagen gedraald worden alvorens het ontslag wordt gegeven.
  • De dringende reden moet de werknemer onverwijld meegedeeld worden. De werknemer moet weten waarom hij op staande voet is ontslagen. Bij het ontslag op staande voet moet de werknemer de reden direct verteld worden, zodat hij zich kan verweren.

De consequentie is, mocht er niet voldaan zijn aan 1 van de voorwaarden voor een ontslag op staande voet, dat het ontslag vernietigbaar is.

Alexander van der Spoel