Wallets and money PNG clipart (47)

Restitutieverzoek inburgeringsexamen buitenland Turkse onderdanen

In het vreemdelingrecht worden doorgaans gewichtige zaken behandeld. De uitzetting van een uitgeprocedeerde moeder van twee (Nederlandse) kinderen of het recht van een verliefd stel om in Nederland een gezinsleven op te bouwen.

Desondanks zijn er binnen het vreemdelingenrecht in Nederland minder instanties om in beroep te gaan dan bij de burgerlijke rechtspraak. Derhalve wordt niet zelden schertsend verwezen naar het privaatrecht waar burgers elkaar naar hartenlust kunnen bevechten tot aan de Hoge Raad over zaken als een dakkapel. De vraag rijst dan of de rechterlijke instanties hier wel bedoeld voor zijn? Ik denk het niet, maar we kunnen moeilijk gaan bepalen voor anderen wat wel en niet van belang is. Dat is aan de burger zelf.

Zo was het ook binnen het vreemdelingenrecht aan de burger zelf om tot aan de Afdeling Bestuursrechtspraak (de hoogste instantie in Nederland voor vreemdelingenzaken) te procederen over de restitutie van de kosten die zij in 2011 heeft gemaakt in het kader van het basisexamen inburgering in het buitenland. Er is destijds uiteindelijk wel een verblijfsvergunning aan haar verleend, nadat ze na een eerste afwijzing in Nederland terug naar Turkije was gereisd om daar het inburgeringsexamen met goed gevolg af te leggen. In 2013 diende zij alsnog een restitutieverzoek in voor het examengeld, de aanschafprijs van het zelfstudiepakket en de reis- en verblijfkosten.

Angst voor een stortvloed?

Het lijkt een principekwestie te zijn aangezien procederen tot aan de hoogste Nederlandse instantie door de griffie- en advocatenkosten zo goed als zeker hoger uitvallen dan de restitutiekosten die onderwerp van het geschil zijn.

Wellicht was deze uitspraak vooral bedoeld om een precedent te scheppen voor alle Turkse onderdanen die examengeld hebben betaald voor 16 augustus 2011. Wellicht dat de Afdeling Bestuursrechtspraak (hierna: de Afdeling) deze donkere bui van restitutieverzoeken zag hangen en dit (stiekem) heeft meegewogen in zijn oordeel. Wellicht zijn bovenstaande indrukken beide ongegrond.

Restitutie inburgeringskosten examen buitenland Turkse onderdanen

Op 16 augustus 2011 oordeelde de Raad van Beroep (LJN: BR4959) dat het opleggen van de inburgeringsplicht aan Turkse onderdanen en hun gezinsleden die onder het Associatieverdrag vallen, in strijd is met het associatierecht EU-Turkije. Gevolg hiervan was dat Turkse onderdanen die het examen hadden afgelegd voor 16 augustus 2011 binnen 4 weken na afgifte van de verblijfsvergunning  bezwaar moesten indienen. Na die periode is sprake van formele rechtskracht van het inburgeringsvereiste in het buitenland.

Turkse onderdanen hoefden na die datum dus geen inburgeringsexamen in het buitenland meer af te leggen. Voorts werd er een Compensatieregeling in het leven geroepen om restitutie mogelijk te maken voor bepaalde categorieën Turkse onderdanen.

Zaak 201404859/1/V6

In onderhavige zaak gaat het om een Turkse onderdaan (hierna: appellante) die in beroep is gegaan omdat haar restitutieverzoek (van de kosten) voor het basisexamen inburgering in het buitenland werd afgewezen. Nadat de rechtbank haar beroep ongegrond heeft verklaard, oordeelt ook de Afdeling dat haar beroep ongegrond is.

De appellante wordt tegengeworpen dat zij pas op 11 maart 2013 een restitutieverzoek heeft ingediend bij de minister van SZW terwijl er op 7 oktober 2011 een visum aan haar was verstrekt. Appellante had volgens de minister van SZW binnen vier weken na die datum bezwaar moeten aantekenen.  Aangezien zij dit heeft nagelaten, komt zij niet in aanmerking voor de restitutie, volgens de minister van SZW.

Appellante voert aan dat:

1) “de ontwikkelingen met betrekking tot restitutieverzoeken langzaam op gang is gekomen en de Immigratie- en Naturalisatiedienst haar desgevraagd heeft medegedeeld dat zij niet in aanmerking kwam voor restitutie en het dan ook niet onredelijk is dat zij het verzoek eerst in maart 2013 heeft ingediend.

2) “niet van haar mocht worden verwacht bezwaar te maken tegen het besluit van 7 oktober 2011, nu haar bij dit besluit een verblijfsvergunning is verleend. Dit besluit en de daarin opgenomen rechtsmiddelenclausule hadden betrekking op de vergunningverlening; hierbij was niet vermeld dat tegen het maken van kosten voor het basisexamen een rechtsmiddel openstond.”

3) “de minister van SZW, door het restitutieverzoek niet inhoudelijk te beoordelen, in strijd met artikel 6 EVRM heeft gehandeld. Voorts is de Compensatieregeling volgens [appellante] in strijd met het doeltreffendheids-, vertrouwens- en rechtzekerheidsbeginsel, nu de minister van SZW geen redelijke termijn heeft gesteld waarbinnen een restitutieverzoek kan worden ingediend.

Alle drie redelijke grieven, lijkt mij.

Volgens de Afdeling blijkt echter uit de onderdelen 1 en 2 van de Compensatieregeling dat “in geen geval is beoogd dat iedere Turkse onderdaan in aanmerking komt voor restitutie van de kosten van het afleggen van het basisexamen inburgering in het buitenland, maar slechts zij die tegen de verplichting daartoe hebben geageerd.”

Onderdeel 2 van de Compensatieregeling, waarin bepaald wordt wie in aanmerking komt voor restitutie, luidt als volgt:

“Bij het bepalen van de categorieën is door de Minister voor Immigratie, Integratie & Asiel uitgegaan van het gegeven dat examenkandidaten in het kader van hun MVV- en VVR-procedure bezwaar kunnen maken tegen het gestelde inburgeringsvereiste in het buitenland.”

Dus volgens deze interpretatie van de Afdeling komen alleen zij in aanmerking voor restitutie 1) die tegen de verplichting hebben geageerd, 2) die op of na 16 augustus 2011 nog een rechtsmiddel hadden openstaan en 3) binnen 4 weken na afgifte van de VVR het rechtsmiddel (bezwaar) hadden aangewend.

Een wel erg geringe groep die inmiddels lang en breed is uitgestorven. (niet de mensen zelf) Ik vraag mij af hoeveel mensen werkelijk gebruik hebben kunnen maken van de Compensatieregeling.

Link naar uitspraak

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RVS:2016:479

Reactie achterlaten?

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *